De mythe van de automatische vijfjaarstermijn bij partneralimentatie
Sinds 1 januari 2020 geldt een nieuwe hoofdregel voor partneralimentatie. De Wet herziening partneralimentatie heeft de maximale duur in veel situaties verkort tot de helft van de duur van het huwelijk, met een bovengrens van vijf jaar. Dat betekent echter niet dat iedere alimentatieverplichting automatisch na vijf jaar eindigt. De wettelijke regeling kent uitzonderingen voor onder meer jonge kinderen, langdurige huwelijken en bepaalde oudere alimentatiegerechtigden.
De wet probeert een evenwicht te vinden tussen financiële zelfstandigheid na de scheiding en de werkelijkheid van een huwelijk waarin één partner langdurig minder heeft kunnen werken. Zorg voor kinderen, leeftijd, gezondheid en een beperkte kans op terugkeer naar de arbeidsmarkt kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Voor een betrouwbare berekening van de alimentatieverplichting en looptijd laten veel ex-partners zich adviseren over actuele familierechtelijke vraagstukken. Dit artikel zet de belangrijkste regels, uitzonderingen en vervolgstappen overzichtelijk uiteen, zodat zowel de betaler als de ontvanger beter weet waar rekening mee moet worden gehouden.
De basisregel sinds 2020 kort samengevat
Op grond van artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek duurt partneralimentatie sinds 1 januari 2020 in beginsel maximaal de helft van de duur van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Daarboven geldt een wettelijk maximum van vijf jaar. Bij een huwelijk van acht jaar is de standaardduur dus vier jaar. Bij een huwelijk van twaalf jaar komt de berekening uit op zes jaar, maar wordt de duur beperkt tot vijf jaar.
De nieuwe regeling geldt vooral voor alimentatieverplichtingen die vanaf 1 januari 2020 zijn overeengekomen of voor echtscheidingsverzoeken die vanaf die datum bij de rechtbank zijn ingediend. Voor oudere verplichtingen kunnen de vroegere regels blijven gelden. Onder die oude regeling was een termijn van maximaal twaalf jaar vaak het uitgangspunt, vooral wanneer er kinderen waren of wanneer het huwelijk langer dan vijf jaar had geduurd. Bij oudere dossiers is daarom niet alleen de datum van de echtscheiding relevant, maar ook de datum waarop het verzoekschrift is ingediend en de manier waarop de alimentatie is vastgesteld.
| Duur van het huwelijk | Standaardduur onder de regeling sinds 2020 |
|---|---|
| 2 jaar | 1 jaar |
| 6 jaar | 3 jaar |
| 8 jaar | 4 jaar |
| 10 jaar | 5 jaar |
| Langer dan 10 jaar | In beginsel maximaal 5 jaar, tenzij een uitzondering geldt |
De termijn begint niet simpelweg op de dag waarop partners feitelijk uit elkaar gaan wonen. In de praktijk is vooral van belang wanneer de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De precieze juridische gevolgen kunnen daarnaast afhangen van de afspraken in het echtscheidingsconvenant of van de tekst van de rechterlijke beslissing. Controle van de oorspronkelijke stukken voorkomt dat een partij uitgaat van een verkeerde einddatum.
De drie wettelijke uitzonderingen die de termijn verlengen
De hoofdregel van vijf jaar is niet het eindpunt van de beoordeling. De wet noemt drie situaties waarin partneralimentatie langer kan doorlopen. De Rijksoverheid legt de uitzonderingen eveneens uit. Bij samenloop van meerdere uitzonderingen geldt in beginsel de langste toepasselijke termijn. Dat is belangrijk, omdat een huwelijk tegelijk kinderen onder de twaalf jaar kan hebben én onder de regeling voor een langdurig huwelijk kan vallen.
- Jonge kinderen. Wanneer de ex-partners samen kinderen hebben, kan de alimentatieplicht doorlopen totdat het jongste kind twaalf jaar is geworden. De termijn wordt dan niet afgekapt door de algemene vijfjaarsgrens. De gedachte daarachter is dat de verzorgende ouder door de zorg voor jonge kinderen minder mogelijkheden kan hebben om volledig economisch zelfstandig te worden.
- Een langdurig huwelijk met een naderende AOW-leeftijd. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap van ten minste vijftien jaar kan een langere termijn gelden wanneer de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt. In deze situatie kan de maximale duur oplopen tot tien jaar. De regeling kijkt dus niet alleen naar de huwelijksduur, maar ook naar de afstand tot de AOW-leeftijd.
- Het tijdelijke overgangsrecht voor oudere gerechtigden. Voor bepaalde alimentatiegerechtigden die zijn geboren op of vóór 1 januari 1970 en die bij het einde van het huwelijk meer dan tien jaar van hun AOW-leeftijd verwijderd zijn, kan eveneens een termijn van maximaal tien jaar gelden. Deze regeling is bedoeld als overgangsmaatregel en kent specifieke voorwaarden. De geboortedatum, de huwelijksduur en de toepasselijke wettelijke overgangsbepalingen moeten daarom nauwkeurig worden gecontroleerd.
Bij de uitzondering voor jonge kinderen is de leeftijd van het jongste kind doorslaggevend. Een kind dat bijvoorbeeld kort na de scheiding elf jaar wordt, kan ertoe leiden dat de alimentatie nog ongeveer een jaar verschuldigd blijft, ook als de standaardtermijn al eerder zou eindigen. Het gaat daarbij om partneralimentatie, die juridisch moet worden onderscheiden van kinderalimentatie. De onderhoudsplicht voor kinderen staat los van de vraag hoelang een ex-partner financieel moet worden ondersteund.
Bij langdurige huwelijken kunnen kleine verschillen grote gevolgen hebben. Een huwelijk van veertien jaar en elf maanden valt mogelijk niet onder dezelfde uitzondering als een huwelijk van vijftien jaar. Ook moet worden vastgesteld welke AOW-leeftijd in de concrete situatie geldt. De wettelijke voorwaarden zijn niet bedoeld als globale richtlijn, maar als juridische toets. Daarom is het belangrijk om geboortedata, huwelijksdatum, inschrijfdatum van de echtscheiding en de relevante berekeningen schriftelijk vast te leggen.
Het uiterste vangnet van de hardheidsclausule
Artikel 1:157 lid 7 BW bevat een hardheidsclausule. Dit is een uitzonderlijk wettelijk noodventiel voor situaties waarin beëindiging van de partneralimentatie leidt tot een situatie van onbillijkheid van overwegende aard. De rechter kan de alimentatieduur dan verlengen, maar de hardheidsclausule vormt geen algemene mogelijkheid om de vijfjaarstermijn alsnog te omzeilen. Het uitgangspunt blijft dat de alimentatiegerechtigde zich inspant om financieel zelfstandig te worden.
Een beroep op deze bepaling vraagt om concrete en controleerbare omstandigheden. In de rechtspraak kunnen onder meer ernstige medische problemen, een plotseling en niet verwijtbaar verlies van verdiencapaciteit, intensieve zorg voor een gehandicapt kind of familielid en een door het huwelijk ontstane ongelijke verdeling van zorgtaken een rol spelen. Er moet doorgaans een duidelijk verband bestaan tussen de beperkte verdienmogelijkheden en de omstandigheden van het huwelijk. Alleen een algemene stelling dat werken moeilijk is, zal meestal niet volstaan.
- Medische verklaringen en informatie over de duur en ernst van een aandoening.
- Gegevens over sollicitaties, opleidingen, re-integratie en andere inspanningen om inkomsten te verwerven.
- Documenten waaruit intensieve zorgtaken of een bijzondere afhankelijkheid blijkt.
- Inkomensgegevens, vermogensinformatie en een overzicht van noodzakelijke maandelijkse uitgaven.
Een verlengingsverzoek moet binnen drie maanden na het einde van de alimentatieverplichting bij de rechtbank worden ingediend. Die termijn is strikt. Wie te laat handelt, kan zijn of haar aanspraak verliezen. De alimentatiegerechtigde moet de bijzondere omstandigheden aanvoeren en waar nodig bewijzen. Een rechter kan een verlenging bovendien tijdelijk toekennen, bijvoorbeeld met een evaluatiemoment of onder de voorwaarde dat de gerechtigde verdere stappen richting herstel of werk blijft zetten.
Stappenplan om uw exacte alimentatieduur te bepalen
Een betrouwbare einddatum ontstaat pas na controle van meerdere gegevens. Een mondelinge afspraak of een globale inschatting op basis van “vijf jaar” kan onvoldoende zijn. Dat geldt vooral wanneer de scheiding rond 1 januari 2020 is aangevraagd, wanneer er kinderen zijn of wanneer een van de ex-partners een leeftijd heeft waarbij het overgangsrecht mogelijk relevant is.
- Controleer de officiële datum van indiening. Kijk in het echtscheidingsdossier wanneer het verzoekschrift bij de rechtbank is ingediend. Die datum helpt bepalen of de oude of de nieuwe wettelijke regeling van toepassing is. Controleer daarnaast wanneer de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven.
- Bereken de totale duur van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Gebruik de officiële huwelijksdatum en het juridische einde van het huwelijk. Een periode van samenwonen vóór het huwelijk telt niet zonder meer mee voor de wettelijke alimentatieduur.
- Inventariseer de geboortedata van de kinderen. Noteer vooral de geboortedatum van het jongste kind. Als dit kind nog geen twaalf jaar is, kan de alimentatie langer doorlopen dan de standaardtermijn.
- Controleer de leeftijd en AOW-situatie van de alimentatiegerechtigde. Bij een huwelijk van ten minste vijftien jaar kan de afstand tot de AOW-leeftijd beslissend zijn. Controleer ook of overgangsrecht voor een oudere gerechtigde van toepassing kan zijn.
- Onderzoek bijzondere omstandigheden. Breng medische beperkingen, zorgtaken, arbeidsverleden, opleidingsmogelijkheden en inspanningen richting financiële zelfstandigheid in kaart. Deze gegevens zijn belangrijk wanneer een beroep op de hardheidsclausule wordt overwogen.
- Leg de uitkomst schriftelijk vast. Neem de overeengekomen duur, de einddatum, eventuele indexering, wijzigingsmogelijkheden en informatieverplichtingen op in een echtscheidingsconvenant. Laat de tekst juridisch controleren voordat deze wordt ondertekend.

Ook na vaststelling kan de situatie veranderen. Een nieuwe baan, samenwoning, hertrouwen, een geregistreerd partnerschap, overlijden of een wezenlijke wijziging van inkomen kan gevolgen hebben voor de verplichting. Beëindiging wegens samenwoning of een andere wettelijke beëindigingsgrond kan bovendien discussie opleveren over de feiten. Daarom is tijdige communicatie verstandig, maar een partij doet er goed aan een wijziging niet eenzijdig door te voeren zonder juridische basis of duidelijke schriftelijke afspraak.
Krijg grip op uw financiële toekomst na de scheiding
De vijfjaarsregel is sinds 2020 de norm voor veel nieuwe alimentatieverplichtingen, maar de werkelijkheid wordt bepaald door de volledige wettelijke toets. Jonge kinderen kunnen de termijn verlengen tot het twaalfde jaar van het jongste kind. Een huwelijk van minimaal vijftien jaar kan in combinatie met de leeftijd van de alimentatiegerechtigde leiden tot maximaal tien jaar. Daarnaast bestaat voor bepaalde oudere gerechtigden overgangsrecht en blijft de hardheidsclausule beschikbaar voor zeer uitzonderlijke situaties.
Voor beide ex-partners is duidelijkheid van groot belang. De alimentatiegerechtigde moet tijdig onderzoeken welke termijn geldt en bijzondere omstandigheden goed onderbouwen. De alimentatieplichtige moet weten welke verplichting nog loopt, welke wijzigingen mogelijk zijn en wanneer een herberekening nodig kan zijn. Door de relevante data, berekeningen en afspraken zorgvuldig vast te leggen, kunnen financiële verrassingen en nieuwe conflicten worden beperkt. Bij een complex dossier, een naderende einddatum of een mogelijk beroep op de hardheidsclausule is tijdig deskundig advies een passende stap richting stabiliteit en toekomstgerichte afspraken.
